In het boek, de namen van de leerlingen (zoals

In ‘Bint’ speelt het autoritair schoolsysteem van
‘stalen tucht’ een belangrijke rol en wordt dat ook met metaforen benadrukt. Op
Bordewijks roman kwam veel kritiek omdat het werd gezien als een verheerlijking
van het opkomende fascisme, maar door anderen werd het gezien als een
waarschuwing voor de totalitaire tendensen die zich toen ontwikkelden. Maar mag
de roman ‘Bint’ nu als pleidooi voor het daarin verkondigde onderwijssysteem
worden opgevat?

 

Het boek begint meteen met een korte, krachtige,
extreme zin: ‘De Bree zijn denken was hoekig en nors.’ Deze zin is ook meteen
de eerste van de vele metaforen die in het boek volgen. De stijl van het boek,
de namen van de leerlingen (zoals Peert, Punselie, Bolmikolke, …) en de
beschrijvingen van de groteske gebitten van de personages maken allemaal deel
uit van het beknopt taalgebruik zonder opsmuk, maar toch vol beeldspraak en
metaforen die aantonen dat dit boek een satire is waarvan de overdrijving
hoogtij viertsz1 . Bint eist ‘van de leraar dat hij zich niet
inleeft in het kind, dat hij niet daalt’ en van het kind ‘dat het zich inleeft
in de leraar, dat het klimt’ (F. Bordewijk, Bint, in Verzameld Werk, deel 1,
Den Haag 1982, blz. 106sz2 ). In de loop van de roman ziet De Bree zijn
klassen ook als organismen, als ‘wezens’, en als een klas dat nog niet is dan
moet zij het worden: ‘Een klas was een wezen. De leraren waren een wezen. Dan
was de school een wezen. Zo deze’. Al deze metaforen, beeldspraken, korte
zinnen en deze stijl maken het duidelijk dat het in deze roman eerder gaat om
een karikatuur van een streng schoolsysteem, dan om een aanmoediging ervan. Dit
boek is een duidelijke waarschuwing voor het opkomende fascisme, wat ook
merkbaar is in de boodschap die overgebracht wordt wanneer de school afsterft
omdat er geen leerlingen meer bijkomen. Bordewijk toont dus dat dit systeem
niet goed is, niet veel succes heeft of tenminste niet goed werkt; ‘Bint was
zwakker dan zijn systeem geweest. Hij had de ijzeren consequentie van zijn
systeem niet kunnen verdragen. Hij was niet zo doorijzerd als hij deed
voorkomen.’ (ibidem, blz. 152). Men kan ook aannemen dat wanneer in de loop van
de roman De Bree steeds meer de ‘pedagogische opvattingen’ van zijn rector
overneemt en hij van een welwillende werker langzamerhand een gelovige navolger
wordt, Bordewijk verwijst naar hoe iedereen dan opeens van het opkomende
fascisme een navolger zal worden en niet meer een individu zal zijn.

We Will Write a Custom Essay Specifically
For You For Only $13.90/page!


order now

 

Het systeem van stalen tucht van Bint werd in die
tijd als iets gevaarlijks gezien, en nu zou het idee ervan meteen door het raam
worden gegooid. Zoals we kunnen zien in het boek had Bint ‘geen belangstelling
voor buitengewone begaafdheid. Hij zei, dat hij daar later nooit iets van had
gemerkt in de maatschappij. De buitengewone begaafden van vroeger jaren waren
in de maatschappij spoorloos verdwenen’ (ibidem, blz. 118). Nu is dat het
tegenovergestelde; op school is het doel juist dat alle leerlingen zich
ontwikkelen tot de begaafde mens die hij kan worden (in welk vak dat dan ook
mag zijn). Tucht was volgens Bint noodzakelijk om ‘reuzen’ van zijn leerlingen
te kweken, geen wetenschappelijke, maar maatschappelijke reuzen. In het boek
moet ieder woord dat een leraar uitspreekt, een bevel zijn, terwijl men nu
juist zo veel mogelijk de kans wil geven aan de leerlingen om hun mening naar
voor te brengen. Men wil juist dat de leerlingen een kritisch denkbeeld
ontwikkelen en creatief zijn, niet zoals in ‘Bint’ waar niemand van elkaar
verschilt.

 

Volgens Menno Ter Braak is ‘Bint geschreven uit de
‘lerarenmoraal’ (Menno Ter Braak, Tienmaal gehoorzaamheid, in Verzameld Werk,
deel 5. Amsterdam 1949). Hij zegt dat het programma van Bint een duidelijk
programma is ‘tegen de pedagogen van de ‘kinderziel’, wier zwakke punt is, dat
zij er een persoonlijkheidscultus van het kind op na houden, zonder dat iemand
weet, waar al die persoonlijke kinderzieltjes voor moeten dienen.’ Ook vindt
hij ‘dat er op school altijd twee soorten moraal tegenover elkaar staan: de
lerarenmoraal en de leerlingenmoraal’. Hiermee bedoelt hij dat de leraar ten
eerste de leerlingen ziet als materiaal om op te voeden en de leerlingen de
leraar eerst zien als onwezenlijke mens-goden. Doordat er een bepaalde afstand
is tussen de leerlingen en deze mens-goden, kunnen de kinderen niet de deugden
en gebreken ervan zien. De leerlingen en leraren hebben tegenover elkaar een
zeer onvolledig begrip omdat zij in een gedwongen verhouding tot elkaar staan,
wat ervoor zorgt dat zij elkaar antipoden blijven.

 

In ‘Bint’ wordt er (ondanks de kritieken die
gegeven werden) gewaarschuwd voor het opkomende fascisme en de invloed die deze
strengheid op zou kunnen leveren. Vorm en inhoud passen zo goed bij elkaar dat
de een niet zonder het ander zou kunnen blijven in deze roman. Het
onderwijssysteem dat door Bint gepropageerd wordt zal nooit het goede geweest
zijn, omdat de vrijheid die de leerlingen in het hedendaagse schoolsysteem
gegeven wordt, daarin niet voorkomt. Het verhaal heeft volgens Ter Braak de
toon van een uitmuntende groteske, wat ook te constateren valt met het element
van de overdrijving. De roman ‘Bint mag dus niet als pleidooi voor het daarin
verkondigde onderwijssysteem worden beschouwd omdat het duidelijk (dankzij de
beknoptheid en de beeldspraak) gaat om een satire.

 

 sz1

 sz2Verwijzingen in de tekst doe je volgens het auteur-jaarsysteem zoals
je hebt geleerd. Op je pre-bac hoeft dit niet. 

x

Hi!
I'm Brent!

Would you like to get a custom essay? How about receiving a customized one?

Check it out